Afbeelding

Mijn voorouders aten turf

Algemeen Teylingen

column • Nou ja, bij wijze van spreken dan. Ze waren in ieder geval geen van allen rijk. Van mijn vaderskant waren het strijk en zet veenarbeiders. Meer turf dan brood, laat staan boter en beleg. Mijn grootvader ging rond 1930 als seizoenarbeider naar de Peel om daar van maart tot oktober in het veen te werken – de turf rond Hoogeveen was opgestookt. Mijn oma zorgde voor de ploeg: ze kookte en waste en hield de keet schoon. In het najaar gingen ze terug, huurden een kamer en moesten de winter zien te overbruggen met wat ze gespaard hadden of wat ze los-vast verdienden. Veel was dat niet. Toen hij werk kreeg op de aardappelmeelfabriek (6 kilometer heen en 6 kilometer terug, lopen) kregen ze het ietsje ruimer. Tot hij ziek werd en 4 jaar later stierf, begin 1940. Waarom ik u dit vertel? Om medelijden op te wekken? Daar heeft mijn opa niks aan. Om er geld uit te slaan? Het was een soort slavenbestaan: de grote verveners waren rijk en de mensen in het westen des lands hielden zich warm met goedkope turf. Maar ik hoef geen excuses. En ik vertel het al helemaal niet uit een soort bedrieglijke nostalgie – hooguit om die onderuit te schoffelen. Het zo vaak geïdealiseerde vroeger was niet beter dan nu. De strak geverfde huisjes in het Zuiderzeemuseum laten niet zien hoe smerig het was en hoe het er stonk. Wat ik u wil laten zien, is de realiteitszin van mijn grootmoeder. Er was geen feesboek en ze had geen tijd voor idiote complottheorieën. Ze hing geen omgekeerde vlag op, ze had er geeneens een. Ze had ook geen geld en geen tijd om te demonstreren op het Malieveld. Maar ze vertelde ooit dat zij met 5 buurvrouwen samen een doosje glaswerk had gekocht, dat bij de schaarse keren dat er ergens iets te vieren viel van het ene adres naar het andere ging. Ze waren er zuinig op, ze moesten het er mee doen. Wij leven te royaal en plunderen deze aarde, maar we ontkennen de problemen. Onze solidariteit met de boeren is vooral eigenbelang. We willen namelijk geen stap terug doen. Maar wat hen echt helpt, is onze manier van leven te veranderen. Wij hoeven godzijdank niet terug naar de armoe van mijn oma. De werkelijkheid onder ogen zien is het begin om er mee te om te gaan. Het moet echt wat minder. Het kan ook best. Als we maar willen...

egbertvanderweide

Uit de krant

Uit de krant

Uit de krant