Bejaard
Nog niet eens zo heel lang geleden ging dat zo: wanneer je 65 werd, hield je op met werken. Aanvankelijk ging je letterlijk rentenieren: de rentezegels die je braaf geplakt had voor de Raad van Arbeid betaalden zich eindelijk uit. Schamel, maar toch. Later kwam de AOW en trok je van Drees: eindelijk een beetje weelde. Je meldde je aan voor een bejaardenhuis, waar je dan zonder al te lange wachttijd een plekje kreeg. Je haalde een 65-plus pas op het gemeentehuis en wist je verzekerd van allerlei kortingen. Je nam kerktelefoon of je stond op het lijstje van de kerkrijders. Jaarlijks een reisje met de gepensioneerden van je werk (of dat van je man, want als vrouw had je bij je trouwen je baan natuurlijk braaf opgezegd). Een middagje varen met de kerk of de Zonnebloem en als het er af kon nòg een reisje: met de bus naar Oostenrijk of een tochtje op de Rijn. ’s Zondags kwamen uit de kerk de kinderen en kleinkinderen op bezoek. Je was nu oud. Je ging je ernaar kleden: grijs of beige. Bejaarde dames draaiden hun haar in een vlecht en die werd dan opgestoken in een knotje. Iets vlotter van aard? Dan nam je een permanentje, het liefst met een parelmoerglans. Kom daar nu eens om. Ik krijg tenminste mijn pensioen wanneer ik 67 geworden ben, maar de jaargangen onder mij moeten drie of zes maanden wachten, of nog langer. Is dat erg? De meeste mensen worden flitsend oud. Opa doet crunches voor z’n sixpack en oma heeft het druk met zeilen. Weinig knotjes meer, weinig grijs of beige. Mijn vrouw vierde onlangs haar verjaardag en nu zijn we samen 130 jaar oud. Geen pensioen, geen bejaardenhuis te bekennen en geen kerktelefoon. We zijn oud maar maken er het beste van. We proberen alle ontwikkelingen in de moderne techniek bij te houden. Dan vertellen we opgetogen aan ons nageslacht wat we nu weer hebben ontdekt op onze telefoontjes, en zij blijken dat al jaren zo te doen. In de supermarkt gaan we moeizaam door de knieën – we zijn zuinig van aard en de goedkoopste producten liggen gek genoeg altijd in het onderste schap. Dat we voordringen bij de bakker of de melkboer is geen opzet – we zijn oprecht vergeten wie er vóór ons aan de beurt waren. De TV staat inderdaad hard, maar dat is omdat ze die programma’s zo zachtjes uitzenden. Word niet boos. Heb geduld met ons. We zijn bejaard maar moeten gewoon nog even door.
egbertvanderweide