Herman de Grood en Pieter Jan de Keyser. | Foto: Ingrid Langeveld
Herman de Grood en Pieter Jan de Keyser. | Foto: Ingrid Langeveld

Rivierkreeft terroriseert golfbaan in Warmond

Algemeen

Op de golfbaan van Vereniging Golfclub Kagerzoom aan de Veerpolder is de Amerikaanse rivierkreeft een ergerniswekkend probleem. ‘Eigenlijk is het door de jaren heen van kwaad tot erger gegaan’, geeft bestuurslid Herman de Grood op een zonovergoten lentedag in februari te kennen. Ook de in de wijde omgeving actief en bekwaam rivierkreeftvanger Pieter Jan de Keyser uit Leiden bemerkt de malheur. Aan het vangen van de overlast veroorzakende schaaldiertjes heeft hij een dagtaak. ‘Aan het probleem moet iets gedaan worden. Al is het maar de promotie dat er wat aan gedaan wordt!’

Door Ingrid Langeveld

Hoe eigenaardig de Amerikaanse rivierkreeft (Cambaridae) ook oogt en hoe opmerkelijk hij zich ook voortbeweegt, de overlast van deze zogenoemde ‘invasieve exoot’ is groot. En niet alleen agrariërs en telers, beheerders van natuurgebieden en dijkgraven van Nederlandse waterschappen hebben enorm veel hinder. Ook de in 1989 opgerichte Vereniging Golfclub Kagerzoom ervaart op haar in 1994 aangelegde en in gebruik genomen baan tot haar grote frustratie ergerlijke ellende. Natuurlijk, dat rivierkreeften dierlijk voedsel eten zoals vis, amfibieën, larven, eitjes en macrofauna is zo goed als bekend. Maar dat ze met hun scherpe scharen onderwater- en oeverplanten kapot knippen, holletjes graven in oevers en de bodem loswoelen waardoor water troebel en blubberig wordt met als gevolg dat nutriënten versneld vrijkomen, watergangen beschadiging oplopen en er veel minder oeverplanten groeien, waarschijnlijk niet zo. 

‘Die rare rode beestjes hier zijn echt een nare, irritante plaag geworden’, informeert Herman tijdens een rondgang langs het publiek water van de populaire golfbaan aan de rand van Warmond. ‘De ecologie, biologie én de biodiversiteit in en rondom het water hollen achteruit waardoor de natuur volledig uit balans raakt. Kijk hier’, zegt bestuurslid Herman, terwijl hij naar deels ingeklonken grond aan de waterkant loopt en wijst. ‘Hier kalft de oever helemaal af door de holletjes die die lastpakken hebben gegraven. Gelukkigerwijs is van verzakking van de bodem nog weinig te merken, specialiter op plekken waar beschoeiing is aangebracht, maar zorgwekkend is de situatie wel.’ 

Het is al weer zo’n kleine zeven jaar terug dat op de golfbaan van Golfclub Kagerzoom de eerste exemplaren van de roodkleurige kreeften opdoken en werden gesignaleerd. In Nederland heerst van overheidswege weliswaar een meldingsplicht voor de exotische Amerikaanse rivierkreeft, de bestrijding van het schadeveroorzakende schaaldiertje blijkt echter knap lastig. ‘Zonder wettelijke toestemming vallen zetten en op eigen initiatief maatregelen treffen om ze te vangen mag niet. Permissie is absoluut een vereiste. En daarbij, vissers van rivierkreeften horen te beschikken over een erkende visvergunning.’

Rivierkreeftvanger Pieter Jan is bevoegd rivierkreeftvisser, een van de tien binnen heel Nederland. Al enige jaren bevist hij in verschillende bepaalde wateren in het Groene Hart van Zuid-Holland de Amerikaanse rivierkreeft en sinds vorig voorjaar ook het openbaar water in en rondom de golfbaan van Golfclub Kagerzoom. Eens in de veertien dagen doet hij met de kruiwagen een rondgang over de golfbaan en ledigt hij de in totaal honderd aan de oeverkant in het water hangende kreeftenkorven. Hij legt uit dat al vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw schaaldieren onder de diergroep vissen worden geclassificeerd. En dat per een juli 2010 de regelgeving is aangepast waarbij de rivierkreeft is toegevoegd aan de lijst op de Uitvoeringsregeling van de Visserijwet, hetgeen inhoudt dat de rivierkreeft in juridische zin als ‘vis’ wordt beschouwd en aldus bevissing van het dier onder de Visserijwet valt. ‘In Nederland is het rivierkreeftprobleem overal, eigenlijk al sinds de jaren tachtig’, weet de bevlogen visser. ‘Toen al waarschuwden wetenschappers ‘pas op, d’r komt wat aan’.’

Hoewel de overlast in de provincie Limburg nog tamelijk beheersbaar is, stelt Pieter Jan dat elders in Nederland de rivierkreeftproblematiek gigantisch uit de hand is gelopen. Bepaald niet verwonderlijk als Pieter Jan inbrengt dat een rivierkreeft van het vrouwelijk geslacht liefst zo’n veertien honderd eitjes per jaar legt en de diertjes binnen een jaar geslachtsrijp zijn. Om de problematiek te beheersen schetst hij dat de behoefte aan effectieve beheersmaatregelen beslist essentieel is. Het bestrijden van de rivierkreeft door wegvangen alleen maakt het probleem volgens Pieter Jan onhaalbaar én onbetaalbaar. Enerzijds haalt hij als voorbeeld het experiment Praktijktest Ecosysteemaanpak beheersen Rivierkreeft aan. Een proef gedurende de periode voorjaar 2021-voorjaar 2026 in de Molenpolder in de gemeente Stichtse Vecht in de provincie Utrecht, waar heel intensief een heleboel is gevist en de populatie niet is uitgegroeid. Anderzijds noemt hij het Hoogheemraadschap van Delfland die begin 2025 bij de provincie Zuid-Holland tevergeefs vroeg om ‘handhaving’ en beheersmaatregelen, waaronder een geldelijke steun op een op 20 miljoen euro begroot voorstel om de wateren in het waterschap leeg te vangen. ‘Het wegvangen staken kan echt niet’, is Pieter Jan stellig. ‘De kreeftdichtheid keert binnen de kortste keren weer op oud niveau terug. Vooralsnog blijft het een zoektocht naar beheersmaatregelen die kosteneffectief zijn.’

Toch denken zowel Pieter Jan als Herman dat aanpassingen in de inrichting van de golfbaan, zoals het streven naar natuurherstel door de aanleg van natuurvriendelijke oevers met oeverplanten voor insecten, kan bijdragen in de strijd tegen de rivierkreeftenplaag. ‘Zo’n schuine oever is voor de kreeft veel minder aantrekkelijk om in te graven’, is de uitleg van het tweetal. ‘En minder graven betekent minder risico op inzakking en minder voortplantingsmogelijkheden. En daarbij, natuurvriendelijke oevers bieden ruimte aan natuurlijke vijanden, zoals vissen en vogels als de fuut, meerkoet, ooievaar en meeuw die de kreeftjes eten.’ Richting het einde van de rondgang is de vangst verbluffend. Een kleine veertig kilo aan rode rivierkreeften krioelt door de bak met deksel op Pieter Jans kruiwagen. Een ondeugende grijns verschijnt op zijn gezicht. ‘Nu eerst vier dagen schoonspoelen, dan zijn ze klaar voor de verkoop. Bij Restaurant De Moerbei in Warmond staan ze op de menukaart’.        

Uit de krant