Grootmeester Jan Barends (links) en judoka knarrencursist Erwin Koenen. | Foto: Ingrid Langeveld
Grootmeester Jan Barends (links) en judoka knarrencursist Erwin Koenen. | Foto: Ingrid Langeveld Foto: Mariska

Judo training voor knarren

Algemeen

‘Geef je lijf niet de kans om te roesten’, hamert Jan Barends vooral 50-plussers erop. Het sporticoon in de streek, als het om judo gaat, weet als geen ander hoe efficiënt lichaamsbeweging voor het lijf en het welzijn is, vooral als de jaren gaan tellen. Dit jaar viert de grootmeester in het judo het 55-jarig bestaan van zijn Sportschool Barends Voorhout die zich sinds de laatste zes jaar focust op knarrentraining en valpreventie voor senioren.

Door Ingrid Langeveld

‘Ja, ik ben wel iemand met een judohart’, zegt de in 1951 in Leiden geboren Jan hardop. Alsof het dag van gisteren is, herinnert hij zich hoe hij als elfjarig ventje in de wereld van het judo belandt. ‘Aan de deur van het gymlokaal van de Heilig Hartschool aan de Lusthoflaan in Leiden-Noord, de wijk waar ik toen ook woonde, hing een affiche met daarop de aankondiging van een startende judotraining. Lekker een beetje stoeien, dacht ik, dat is toch leuk. En ook m’n vader vond meteen dat is wel wat voor Jan.’ 

Gelijk vanaf de eerste lessen blijkt Jan in de ogen van judomeester Leo de Vries talentvol. Hij wordt z’n hulpje en rolt zo de wereld van het judo in. Op zijn zestiende wordt Jan - vanaf 1962 volgt hij wijlen Nederlands judoka Olympiër Anton Geesink op de voet en houdt zelfs plakboeken van hem bij - voor het eerst kampioen van het district Zuid-Holland. ‘Leo is m’n lichtend voorbeeld’, geeft de in Oegstgeest wonende Jan te kennen, ‘m’n tweede vader ook. Hij is nu 89.’ In 1966 slaagt de jonge judoka met verve voor het zwarte band examen. Vanaf dat moment weet Jan precies wat hij wil: hij wil judoleraar worden. Aan de opleiding tot judoleraar begint Jan in 1970. Gedurende zijn opleiding is hij trainer bij Judovereniging Noordwijkerhout, waar hij uiteindelijk 28 jaar lang als trainer aanblijft én daar zijn eerste leerling met een zwarte band - Rob van der Hoorn - voor dat prestigieuze examen ziet slagen.

Ondertussen gaat Jan als erkend judoleraar in 1971 ook in Warmond en Rijnsburg van start met het geven van judolessen en drie jaar later, vanaf 1974, geeft Jan in het gymlokaal van de voormalige Boerhaaveschool in Voorhout judolessen en conditietraining aan zo’n vijftal groepen. In 1991 verhuist Sportschool Barends Voorhout naar haar huidige locatie aan de Voorhoutse Herenstraat, het voormalig pand van CV-installateur Bernard Schulte. Dat pand maakt het Sportschool Barends mogelijk 24/7 gebruik te maken van een eigen honderdvijftig vierkante meter grote ruimte én het lespakket en de activiteiten uit te breiden. ‘Voor die tijd, in de jaren tachtig met de Aerobic-golf die toen over Europa trok, moesten we met regelmaat uitwijken naar andere locaties’, brengt Jan in herinnering. De hype zet Jan aan tot het volgen van de opleiding Aerobic-instructeur en het starten van Aerobic-lessen in onder meer de sportzaal van de KTS, het huidige Teylingen College-KTS aan de Leidsevaart en de in 2007 gesloopte voormalige sporthal De Gaasbak aan de Jacoba van Beierenlaan.

Richting het einde van de jaren negentig krijgt Jan van het district Zuid-Holland van de Judo Bond Nederland het verzoek om voor de wat oudere judoka’s een maandelijkse training te verzorgen. ‘Niet meer hard knokken met die jonge gasten’, legt grootmeester Jan de vaardigheid van de training uit, ‘Maar judo als technische sport.’ Geruisloos draagt Jan richting 2020 zijn bloeiende sportschool over aan judo-instructeur Johan Zagers, die Sportschool Barends een nieuwe naam geeft: Sportschool Kaizen. ‘Een akelige periode die niemand wenst, breekt aan’, kijkt Jan terug. ‘Voor sportverenigingen en sportscholen een afschuwelijke tijd, die covid-periode.’ Als de samenleving weer enigszins van het slot is, besluiten Jan en Johan die specifieke maandelijkse training nieuw leven in te blazen, maar nu uitsluitend voor de oud-judoka’s uit de eigen school. 

‘Nee’, is Jan glashelder. ‘Judo-Knarren-Training is niet knokken, maar juist de techniek verder uitdiepen, elkaar weer eens lekker aan het jasje trekken. Maar wel met leeftijdsgenoten én in je eigen tempo.

Uit de krant