
Vereniging Kegelclub Sassenheim 1928 viert mijlpaal
Algemeen‘We zijn er nog en we gaan door’, vertelt voorzitter Ad Bakker vrijdagmiddag bij de officiële opening en ingebruikname van weer een nieuwe huisvestingaccommodatie van de Vereniging Kegelclub Sassenheim 1928. De vierde in haar pas 98-jarige geschiedenis waarbij het voortbestaan van de club nog immer aan een zijden draadje hangt. ‘Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar het resultaat voor nu mag er zijn.’
Door Ingrid Langeveld
Neen, van een leien dakje is het vinden van een nieuw thuis voor de op 2 oktober 1928 opgerichte Vereniging Kegelclub Sassenheim 1928 verre van gegaan. Liefst negentien locaties passeerden sinds 2023 de revue. Zelfs hulp en meedenken van de gemeente bood, tot grote teleurstelling van de fanatieke kegelaars, geen enkel soelaas. ‘Of het was te duur, of de vierkante meters waren ontoereikend waardoor de baan er niet in zou passen. Of we mochten er niet in vanwege het bestemmingsplan’, somt Bakker een riedel van ondienstige reden op. De voorzitter doelt met dat laatste op een locatie aan de Wasbeekerlaan waar mede de provincie Zuid-Holland in haar afkeuring onverbiddelijk is geweest. ‘Wij hebben niet het gevoel gehad dat onze vraag om hulp altijd even serieus door de gemeente is opgepakt.’
Totdat via bemiddeling van verenigingslid Piet Nicola de voormalige bollenschuur van gevierd bloembollenexporteur Swart & Co aan Menneweg 141 in Sassenheim min of meer bij toeval in beeld kwam en geschikt bleek. ‘De ontwikkelaar die de locatie had gekocht wilde hier woningen bouwen, maar bij de gemeente kreeg die zijn plannen niet rond. Daar werd ie helemaal knettergek van en nam het besluit nog even te wachten. Nu mogen wij er drie jaar tijdelijk in’, vertelt de voorzitter van de vijfentwintig seniorleden, vijftien aaltjes - de zogenoemde jongelui van een jaar of veertig - en tien pintermannen tellende Kegelclub Sassenheim 1928.
Nog maar weer een keer richt Bakker zich direct tot de gemeente en de politiek, met name tot de aanwezige wethouder Ruben Kroeze en CDA-fractievoorzitter Theo van den Nouland. ‘Wij kunnen niet nog langer wachten om op korte termijn om de tafel te gaan. Drie jaar zijn zo voorbij. Help ons nu eens een keer in onze zoektocht en denk mee. Ons honderdjarig bestaan straks willen wij vieren met zicht op een mooie toekomst.’
Vanaf de oprichting in 1928 tot september 1979 was het voormalig Hotel Restaurant Het Bruine Paard aan de Hoofdstraat de vertrouwde thuishaven van de vereniging tot die werd gesloopt en de kegelaars prompt verloren op straat stonden. ‘We konden terecht in Party en Bowling Centre De Oude Tol, maar die was nog in aanbouw’, brengt seniorverenigingslid John van Dijk in herinnering. ‘Toevalligerwijs konden we voor twee tussenliggende jaren terecht in de oude bollenschuur van de firma Zandbergen-Terwegen verderop aan de Hoofdstraat.’ Nu is ook het doek gevallen voor de locatie van de voormalige De Oude Tol. Het vastgoed wordt begin volgend jaar gesloopt ten gunst van nieuwbouwwoningen.
Toch is de vereniging zeer verheugd om het nieuwe gezellig aangekleed onderkomen, met de twee aangekochte kegelbanen van Biljartlocatie De Friesche Club in Leeuwarden die haar kegelactiviteiten begin dit jaar stopte, feestelijk te openen. ‘Hier moest wel het nodige gebeuren, maar het resultaat mag er zijn’, straalt Bakker. Evenals de voorzitter glundert ook Dolf Westerbeek. Met zijn op vijf maanden na 98 jaar is het oudste lid en tevens erelid van de Kegelclub Sassenheim 1928 bijna net zo oud als de club zelf. Westerbeek wrijft nog eens in zijn handen. Aan hem de eer om als eerste de baan officieel in gebruik te nemen en daarmee tegelijkertijd het nieuwe onderkomen. Na enkele mislukte pogingen krijgt Westerbeek gejuich en applaus als in zijn vijfde krachtsinspanning alle negen kegels omkukelen. ‘Toen ik lid werd was ik denk ik een jaar of dertig. Toen droegen we altijd een wit overhemd met een zwarte stropdas. Sinds jaar en dag is dat al niet meer zo.’ ‘Kegelen is een gezelligheidsport’, zegt Van Dijk. ‘Net zo goed zijn we een sociale als een sportieve club.’ ‘Maar’, mengt oud-voorzitter Jan Westerbeek zich in de dialoog. ‘Het is nou niet zo dat we een echte zuipvereniging zijn. Maar van een goed glas wijn houden wij wel.’













