
In Teylingen loopt jeugdhulp de spuigaten uit: ‘Investeren in preventie’
AlgemeenMet liefst 1 op de 8 jeugdhulp verkrijgende kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en de daarbij opgeteld alsmaar verder groeiende wachtlijsten, staat de Jeugdzorg in de gemeente Teylingen ernstig onder druk. ‘Absoluut onhoudbaar en buitengewoon onwenselijk’, stelt de Teylingse portefeuillewethouder Jeugdzorg Elsbeth Koek. ‘Het vraagstuk ligt in de samenleving. In wat voor Nederland groeien we eigenlijk op?’
Door Ingrid Langeveld
Dat de jeugdhulp in Teylingen - en zeker ook in de naburige gemeenten - ernstig onder druk staat, is geen nieuws op zich. Eigenlijk al jaren, sinds de invoering in 2015 van de Jeugdwet en daarmee het feit dat het Rijk alle zorg voor kinderen en pleegkinderen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten heeft gedeponeerd, krijgen hulpbehoevende kinderen en gezinnen niet tijdig de juiste ondersteuning en handreiking met als gevolg dat de kosten voor jeugdhulp steeds verder oplopen. En fors ook, deelt het Teylings college. ‘In 2025 kostte jeugdhulp de gemeente ruimte tien miljoen euro. En dat ondanks de extra vanuit het Rijk toebedeelde één miljoen euro én alle inspanningen die de gemeente Teylingen - zowel lokaal als in regionaal verband - heeft genomen om het tij te keren.’
‘1 op de 8 jonge kinderen!’, herhaalt wethouder Koek nog maar eens. ‘Waarom zo vaak en zo snel al? Willen we dit wel?’ De vraag stellen is hem beantwoorden. ‘We helpen elkaar onvoldoende’, uit ze zich vastberaden. Om maar tegelijkertijd het besef onder de bevolking aan te wakkeren niet alles en iedereen direct te moeten stickeren of labelen en dat we elkaar nodig hebben om dit soort kwesties op te merken. ‘Social media, pesten, prestatiedruk, individualisering, wonen, financiële dilemma’s, bestaanszekerheid. De problematiek vandaag de dag is zo divers dat met een dergelijke druk binnen het gezin deze tijd voor menig ouder een ingewikkelde is en daarbij ook veel van diezelfde ouder vraagt. Maar niet alleen van ouders’, meent Koek. ‘Ook van het onderwijs en van ons als samenleving. Met elkaar moeten we leren accepteren, en dus de acceptatie krijgen, dat een ieder anders denkend is. Maar daarnaast moeten we ruimte creëren om elkaars onzekerheden met elkaar te door te praten en gezinsvraagstukken bespreekbaar. Immers…, kwetsbare situaties in gezinnen zijn belangrijke voorspellers voor jeugdzorg. Vaak vertalen die zich in de jeugdhulp.’
Koek erkent dat momenteel in Teylingen niet alle kinderen de ondersteuning ontvangen die gevraagd wordt. Er zijn lange wachtlijsten, wat - zo zegt Koek- ‘te maken heeft met geld. Maar ook dat steeds meer kinderen een vorm van jeugdhulp krijgen. Simpelweg zijn er niet voldoende professionals om die vraag te voldoen.’ Om er toch voor te zorgen dat kwetsbare kinderen en hun gezinnen de juiste zorg kunnen krijgen en dat jeugdhulp op de lange termijn beschikbaar - en qua kosten houdbaar - blijft en waar nodig wordt verbeterd, neemt de gemeente Teylingen stevige maatregelen. ‘We willen investeren in preventie om de instroom in jeugdhulp én de zwaardere zorg zo veel mogelijk te voorkomen’, schetst de Jeugdzorgwethouder het Teylings beleid. ‘Streven naar minder kinderen in gespecialiseerde jeugdzorg door hulpbehoevende situaties sneller te signaleren. Dat is waar preventie begint, bij het serieus nemen van zorgelijke omstandigheden in gezinnen als signaal.’
Een van de stappen daartoe die de wethouder noemt, is het opzetten van het programma Jeugd om regionale ambities, afspraken en visies te vertalen naar concrete lokale acties. ‘De zorgen in sommige gezinnen zijn groot en wanneer kinderen in kwetsbare omstandigheden hulp nodig hebben moet die hulp er zijn en moeten zij zorg kunnen krijgen’, meent Koek. Ze doelt op gezwinde passende zorg op de juiste plek, zonder dat kinderen en gezinnen verdwalen in een woud van trajecten. Het assisteren van huisartsen door praktijkondersteuners, support vanuit het onderwijs en van jeugdhulppartijen als het Centrum voor Jeugd en Gezin zijn daarbij volgens de Jeugdzorgwethouder elementair.
Daarnaast belicht Koek een ander aspect om het probleem in te dammen. ‘Hoe kunnen we breder naar de materie kijken’, stelt ze zichzelf de vraag. ‘Nog steeds wordt te vaak gekeken naar het kind. Maar factoren als in wat voor gezin het kind opgroeit en in welke leef- en schoolmilieu het kind zijn of haar of zijn tijd doorbrengt zijn minstens zo relevant.’ Koek bestempelt zelfs de school als een hele belangrijke factor in het leven. ‘School is de plek waar de samenleving samenkomt. Niet naar school kunnen gaan, niet mee kunnen doen. Dat wil je niet’
Weliswaar heeft de gemeente de niet eenvoudige taak hulpbehoevende kinderen en gezinnen te ondersteunen. Wel degelijk is de jeugdzorgwethouder zich ervan bewust dat het op de been blijven in deze samenleving met zoveel informatiestromen voor menig kwetsbaar jeugdige en ouder alles behalve eenvoudig is. ‘Natuurlijk’ zegt Koek. ‘Altijd ben je te laat. Maar het mag niet zo zijn dat lichte hulp onbedoeld tot extra zorgvraag leidt. En ook niet alles vraagt om inzet van een jeugdhulpaanbieder. Er zijn dingen die ook op een andere manier kunnen worden ondervangen. Maar hoe dan ook, als gemeente willen we als geen ander dat kinderen op kunnen groeien tot veerkrachtige blije mensen die mee kunnen doen en een bijdrage leveren aan de maatschappij. Jeugdhulp is derhalve geen doel op zich, maar ook geen alibi. En dit alles doet niets af aan het feit dat de zorgen in bepaalde gezinnen enorm groot zijn.’
Koek vertelt dat de gemeente als eerste wil inzetten op informele steun vanuit lokale, competente teams én op collectieve basisvoorzieningen door meer aandacht te geven aan onderliggende problemen in domeinen zoals onderwijs, bestaanszekerheid en wonen. ‘Aan alle kanten staan we ervoor in ons best te doen. Maar alleen samen kunnen we het beter doen!’













